Aan Theo v. Gogh en Jo v. Gogh-Bonger

Waarde broer en zuster,


De brief van Jo was voor mij echt als een evangelie, een bevrijding van de angst die ik had opgelopen van de voor ons allemaal wat moeilijke en zware momenten die ik met jullie heb gedeeld. Het is niet gering als we allemaal beseffen dat ons dagelijks brood in gevaar is, niet gering als we ook om andere redenen beseffen dat ons bestaan kwetsbaar is.

Weer terug hier voelde ook ik me nog erg terneergeslagen en voelde ik de storm die jullie bedreigt, ook op mij blijven drukken. Wat te doen – kijk, ik probeer gewoonlijk tamelijk goedgehumeurd te zijn, maar ook mijn leven is aan de wortel aangetast, ook ik sta niet meer stevig op mijn benen. Ik was bang – niet heel erg – maar toch wel een beetje – dat ik een bedreiging voor jullie vormde omdat ik op jullie kosten leef – maar de brief van Jo is voor mij het levende bewijs dat jullie heel goed beseffen dat ik van mijn kant net zo hard werk en ploeter als jullie.

Zo – hier teruggekeerd ben ik weer aan het werk gegaan – hoewel het penseel bijna uit mijn hand valt en – omdat ik heel goed wist wat ik wilde, heb ik sindsdien nog drie grote doeken geschilderd. Het zijn immense uitgestrekte korenvelden onder woeste luchten en ik heb nadrukkelijk geprobeerd er triestheid, extreme eenzaamheid in uit te drukken. Dat krijgen jullie binnenkort te zien, hoop ik – want ik hoop ze zo spoedig mogelijk voor jullie mee te nemen naar Parijs, omdat ik bijna zeker weet dat die doeken jullie zullen vertellen wat ik niet in woorden kan uitdrukken: hoe gezond en hartversterkend ik het platteland vind.

Nu, het derde doek is De tuin van Daubigny, een schilderij waarover ik al loop na te denken sinds ik hier ben.

Ik hoop van ganser harte dat de voorgenomen reis jullie wat afleiding zal brengen.

Vaak denk ik aan de kleine, ik geloof dat het stellig beter is kinderen op te voeden dan al je geestkracht op te offeren aan het schilderen, maar wat wil je, ik ben nu, althans ik voel me nu te oud om op mijn schreden terug te keren of om zin te hebben in iets anders. Die lust is me vergaan, hoewel de pijn van binnen blijft.

Ik vind het heel jammer dat ik Guillaumin niet terug heb gezien, maar het doet me genoegen dat hij mijn doeken heeft gezien.

Als ik op hem had gewacht, was ik waarschijnlijk zo lang met hem blijven praten dat ik mijn trein had gemist.

Jullie geluk en goede moed toewensend en betrekkelijke voorspoed, vraag ik jullie Moe en onze zuster nogmaals te zeggen dat ik heel vaak aan hen denk; trouwens, vanmorgen kreeg ik een brief van hen en ik zal ze binnenkort antwoorden.

Met handdrukken in gedachten.


t. à v.
Vincent


Mijn geld zal dit keer wel snel op zijn, want bij mijn terugkeer moest ik de kosten van de bagage uit Arles betalen. Ik heb zeer goede herinneringen aan deze reis naar Parijs. Enkele maanden geleden durfde ik nauwelijks te hopen dat ik de vrienden nog eens zou terugzien. Ik vond dat die Hollandse dame veel talent had.

Het schilderij van Lautrec, portret van een musicienne, is heel opmerkelijk, ik heb het met veel ontroering bekeken.